10. mrt, 2019

ZUID WEST NOORD BEST 2


Was het in Tenrife al wennen voor ons om weer door zoveel volk omringd te worden, na kersvers onze eerste voetstappen buiten de deuren van de luchthaven te hebben gezet, werden we vanuit het niets met een onaangename vorm van agressie geconfronteerd (wat in het 'wilde' westen waarschijnlijk heel gewoon gevonden wordt).
De shuttlebus die ons naar onze parkeerplaats zou brengen kwam er al aan, dus liepen wij erop af. Er stond een grote groep wachtenden, allen met bagage. De chauffeur kwam tevoorschijn om het grote kofferruim open te doen maar een van de wachtenden was hem al voor. Ongeduldig rukte hij de klep los en duwde deze naar omhoog. De een na de ander gooide zonder ergens acht op te slaan, z'n bagage in het ruim wat echt tegen A.'s principe in druist. Dus knielde hij voor het ruim en ging op zijn knieën zodanig aan het ordenen dat er weer meer voordelig te benutten ruimte (ook voor onze eigen bagage) zou ontstaan. De ongeduldige manspersoon die de klep ruw had geopend vatte A.'s goedbedoelde actie kwaadwillend op, gooide eerst zijn laatste koffer scheef het ruim in zodat A. wéér een deel moest verschuiven en zei toen luid tegen zijn vrouw terwijl hij de klep van het kofferruim vastpakte: 'En nu laten we het deksel op de kop van die klootzak kletteren!' Ik greep als in een reflex onmiddellijk naar de klep, klaar om tegendruk uit te oefenen voor het geval de inmiddels rood aangelopen man daad bij woord zou voegen. Inmiddels had A. zijn klus geklaard en krabbelde hij, zijn handen afvegend aan zijn broek, rustig overeind. Tijdens de busrit vroeg ik hem of hij wat had meegekregen van de agressieve opmerking. A. had niets gehoord, wat ik al vermoedde (omdat hij met zijn hoofd grotendeels in de kofferruimte was verdwenen) en dat was maar goed ook. Hij reageerde verbolgen toen ik het verhaal vertelde en zei dat hij een snerende tegenopmerking zou hebben gemaakt, waarop ik hem verzocht om na het uitstappen, met onze bagage-activiteit te wachten tot het agressieve mannetje zijn twee koffers eruit had getrokken. En zoals het bij agressieve, ongeduldige haantjes-de-voorste types hoort, was het heerschap i.d.d als eerste bij het kofferruim en liet hij ook als eerste, met zijn vrouw en hun bagage de shuttlebus achter zich.

Omdat onze auto op de parkeerplaats van hotel de Valk stond kon ik nog even gebruik maken van het toilet aldaar. Ik liep de trap af en zag een grote groep exotisch geklede jonge vrouwen in de toiletruimte verdwijnen. De schoonheden droegen waardig als prinsessen hun glanzende kleurrijke lange jurken, hadden allen prachtige lange zwarte haren al dan niet met een sluier gedrapeerd, prachtige donker geloken ogen, enz. Ik was nog maar net in Nederland terug, had een vliegreis achter de rug en het liep tegen middernacht. Ik was dus even in verwarring of ik opnieuw in het buitenland was en twijfelde of ik de toiletruimte in zou gaan, hij zou vast overbezet zijn. Maar toen bedacht ik me dat dit van de gekke is, liep door en moest me een pad banen tussen de kwebbelende en bij de spiegels coqueterende dames. Ze groetten me beleefd, maakten plaats voor me (uit ontzag voor m'n witte haren?) en spraken Nederlands. Toen ik later weer richting de uitgang liep vroeg ik aan een taxi-chauffeur met eveneens mooie bruine geloken ogen, of hij misschien wist wat er te doen was. Over 'n kwartier, om 24 uur zou er een Marokkaans bruiloftsfeest beginnen, waarop ik bij mezelf dacht: ' Wat voor prijskaartje hangt hier wel niet aan?'

Op de snelweg richting huis raakte ik wederom voor een moment onthutst toen ik me realiseerde dat er hier in het westen langs de wegen alleen maar gebouwen, gebouwen, gebouwen te zien zijn. Bizar vergeleken met hetgeen we achter ons hebben gelaten, bizar dat hier mensen wonen, kinderen op groeien en zieke mensen moeten zien te genezen, hutje mutje met een groot tekort aan natuur in hun nabije omgeving. ... Hoe bizar is dit ... Nederland?
Welk een opluchting wanneer we eenmaal noord-inwaarts rijden waar nog vele akkers, weilanden en bossages langs de wegen te zien zijn. Ik ben blij dat de magie van 's Neerlands kleine restant aan natuurschoon in 'ons' noorden in ieder geval nog te beleven is en heb te doen met het grote gebrek hieraan in het overgrote deel van ons overbezette kikkerlandje.

YLC J