6. mrt, 2019

DE LOSSE ZOOL 1


Het ontdekken van nieuwe gebieden met mooie plekjes, uitzichten en wandelingen die te doen zijn, is steeds weer een verrassend gebeuren. Verrast worden kan echter ook inhouden dat de pech ons overvalt en we met het nodige relativerende optimisme naar de beste oplossing moeten zoeken, iets waar mijn vriend A. werkelijk een kei in is. Zo ontdekte ik op de terugweg van onze tot nog toe pittigste wandeltocht dat mijn pas drie jaar 'oude' wandelschoenen (van zeer degelijke kwaliteit) het aan het begeven waren. De linkerzool hing voor de helft los en de rechter begón los te raken. Toen ik dit niet zonder schrik ontdekte waren we onder de hitte van de middagzon al enige tijd bezig aan de lange steile terugtocht bergafwaarts, die ons een minimum aan houvast voor onze voeten, benen en balans bood. Er was geen keuze voor een andere route; van de in totaal 500 af te dalen meters hadden we er nog zo'n driekwart te gaan, omkeren en omhoog klimmen (wat verre van veilig was) was geen optie. Daarbij kwam dat het pad nauwelijks een wandelpad genoemd mag worden, eerder een geitenpad. Het bestond uit op elkaar gevallen en gestapelde losse stenen en steenbrokken en uit vele kronkelingen. Bovendien liep het nauw langs steile bergwanden met weinig steun voor onze handen en rug en kronkelde het vlak langs de rand van een ravijn. Zo’n ravijn dat je met zijn prachtige zicht in de diepte, vervaarlijk uitdagend aanstaart. Ik heb gelukkig geen hoogtevrees maar A. wordt er soms door overvallen. Ik hield hem vanuit mijn ooghoek in de gaten (hij ging voorop) en zag hoe hij met regelmaat zijn rug naar de gapende diepte toedraaide, een verstandige handeling die zowel hem als mij het vertrouwen gaf dat deze afdaling wat hem betreft (inclusief de nodige dosis geluk) goed zou verlopen. Jaren geleden maakte ik met een eerdere wandelmaat mee wat de diepte van een afgrond teweeg kan brengen in geval van hoogtevrees. Er gaat dan iets in werking wat ik zuigende aantrekkingskracht noem. De diepte zuigt je wanneer je geen houvast aan iets of iemand hebt, met onweerstaanbare kracht naar zich toe. Die herinnering flitste even door me heen maar gomde ik meteen weer weg om plaats te maken voor positievere voorstellingen. Ik was blij dat A.'s wandelschoenen in tact waren maar besefte ook dat mijn schoenen geen beter moment hadden kunnen uitkiezen om mij in de steek te laten, dan tijdens deze steile gang bergafwaarts. Foute timing dus die mij dwong om meer dan extra op te letten waar en hoe ik mijn voeten neerzette en zo te voorkomen dat mijn halflosse zool achter het ruwe, wel zeer onregelmatige gesteente zou blijven steken. Maar gezien mijn nog steeds goed functionerende behendig- en lenigheid kon ik deels vertrouwen op mijn motorisch reactievermogen, voor het overige op een goede afloop.

Die ochtend waren we zeer fris en welgemoed naar het hoogste punt van het gebergte geklommen waar het werkelijk schitterende uitzicht (onder andere op Taguluche, het afgelegen daldorpje waar wij verblijven) ons blij verraste. We hadden toen nog geen flauw idee wat de afdaling ons aan verrassingen zou gaan brengen. Pas later toen we al een tijdje bergafwaarts gingen, overzagen we dat de gehele afdaling tot in het dal een opgave was. We hadden nog het dubbele van het reeds afgelegde te gaan maar klaagden niet hardop, gewoon doorzetten en goed opletten was het motto. Het speet ons wel dat de wandelstokken (die we ooit willen aanschaffen) nog niet tot onze wandel-uitrusting behoorden. Maar gelukkig bereikten we ons doel (het dal van Taguluche) zonder verdere gebreken en keken we elkaar veelbetekenend aan vanuit een en dezelfde gedachte: 'Dank je wel engeltjes op onze schouders'. Dat mijn linkervoet in mijn kapotte schoeisel sopte omdat een drassig stuk pad onvermijdelijk bleek, deerde me niet. En dat vriendlief een aantal kleine muggetjes in zijn broeierige haardos (als meeliftende passagiers afkomstig van hetzelfde drassige stuk) onder de douche uit zijn haar zag wegspoelen (had hij maar een pet moeten opzetten), deerde hém niet.

YLC J