DE MAGIE VAN DE WERKELIJKHEID

10. mrt, 2019
9. mrt, 2019


Op de dag van ons vertrek regent het, waait het behoorlijk en is het 13 gr; de koudste dag tot nu toe. La Gomera helpt ons om alvast te wennen aan kou en vocht en aan een grijs monotone wereld zoals in Nederland. De regenvlagen trekken als gordijnen het hele luchtruim tegenover de Oceaan dicht, waardoor het zicht kort wordt en de wereld veel kleiner dan hij in werkelijkheid is. Het zonlicht breekt zo nu en dan door en verrast ons de laatste uurtjes met fijnzinnige schilderingen van ijle regenbogen die boven de Oceaan verschillende keren achter elkaar verschijnen en weer oplossen. Het lijkt wel alsof deze regenbogen ons bij herhaling een oprijzend gebaar uit de Oceaan willen tonen.

Hoe wonderlijk onaards en ongrijpbaar is de regenboog door haar transparantie en door haar verschijnen en verdwijnen in het moment. Als natuurverschijnsel is dit logisch verklaarbaar maar als je probeert om je vanuit een diepere laag te verbinden dan alleen het verstand, kan er in je ervaringswereld iets in beweging komen. Om dit waar te kunnen nemen is het nodig om allerlei gedachtes die komen en gaan los te laten. Als je de willekeur van je gedachteleven doorkrijgt, kun je deze makkelijker tot zwijgen brengen en je concentreren op het thema waarin je je wilt verdiepen. Vroeger dacht ik dat dit soort waarnemen waarbij je geen gebruik maakt van je zintuigen, alleen is weggelegd voor helderziende mensen. Ik meen ontdekt te hebben dat dat niet zo is: wat nodig is is vooral een gericht en actief innerlijk aandachtig zijn.

De eerste stap is naar binnen keren, verstillen en loslaten van willekeurige gedachtegangen. Dan het aandachtig concentreren op 'n thema of vraag waarna het afwachten volgt, een soort van innerlijk luisteren. Je wacht af en bevind je dan meestal in een leegte, een ruimte van binnen waar nog niets te bespeuren valt en waar je iedere intentie om iets te wíllen bespeuren loslaat. Dat laatste klinkt misschien tegenstrijdig maar ik ervaar het als een wezenlijk moment om me zowel te focussen als ook om mijn focus daarna los te laten en zo leeg als mogelijk af te wachten. Je merkt na een tijdje vanzelf of er iets verandert of opvalt, kortom of er iets gebeurt. Je krijgt bijvoorbeeld een subtiele gewaarwording van warmte of van 'n geur maar het kan ook dat je een beweging waarneemt of een kleur of zelfs een duidelijk beeld of woord. Je kunt op deze innerlijke manier objectief volgen wat je bemerkt en er later eventueel een schets of aantekening van maken. Het is wel nodig om in de gaten te houden in hoeverre de invloed van associatief denken meedoet tijdens het waarnemen. Wanneer ikzelf op deze manier mijn innerlijk waarnemen oefen, gaan er in de loop van de dag nog mijmeringen en inzichten door me heen die ik me later meestal helder herinner. Ik vermoed dat dit soort vanzelfsprekend geheugen voor dingen die ik met wakker bewustzijn heb ervaren, te maken heeft met de verdiepende aandacht die is ingezet. Ik ervaar dat er dan een sterk gevoel van verbondenheid en betrokkenheid is ontstaan, noem het een levendige interessekracht die mij helpt om 'bij de les' te zijn en present in het nu. Voor mij is dit een manier om mijn ontvankelijkheid voor de magie die in iedere werkelijkheid schuilgaat, te verzorgen. Overkomt mij 'n degelijke ervaring buítenom de beschreven manier-van-oefenen, dan zijn dit dierbare parels waarvoor ik een dankbaar ontzag heb. Ontzag voor de levendige innerlijke verbondenheid van ons als mens met de natuur en met de wereld van de geest. Alle lagen van zijn, van existentie zijn immers verweven met elkaar. Het is deze verwevenheid waar een magische kracht vanuit gaat.

Dit als uitstapje; de regenbogen die wij op de ochtend van ons vertrek zien verschijnen en verdwijnen als geheimzinnige tekens aan de hemel, geven er blijkbaar aanleiding toe. Volgt nu nog de beschrijving van mijn ervaring met de regenbogen die ochtend op la Gomera.
... Ik merk dat er een milde, innige stemming ontstaat waar een diepe rust vanuit gaat. Na 'n tijdje ervaar ik dat ik samen met de regenboog een CIRKEL vorm. De regenboog die ik buiten zie is de bovenste helft van de cirkel, de onderste helft loopt door mij heen en lijkt op een grote schaal die niet stil staat maar licht stromende is. De bodem van de schaal bevindt zich bij mijn borstbeen, de zijkanten strekken zich bij mijn oren wijds naar boven toe uit ...
Als ik op een later tijdstip stilsta bij deze gewaarwording dringt het tot me door dat de regenboog niet alleen een teken van het verbond tussen boven en beneden is (een brug tussen hemel en aarde) maar ook een teken van EENHEID. Spiegelt de regenboog zich zonder dat wij dit kunnen zien in iedere mens die de regenboog bewondert en in het stukje aarde waarboven de boog zich toont? Wellicht vullen mens en aarde de boog tot cirkel aan waardoor zij geheel opgenomen worden in de heelheid van deze cirkel en andersom?

Heerlijk om zo 'out of the box' te denken en mijn gedachten als kleine gebundelde lichtstralen terug te geven aan dit wonderlijke, dit magische fenomeen 'de regenboog'.

YLC J
8. mrt, 2019


De tekens die mensen langs de weg van de regenboog aan mensen doorgeven zijn bijzonder te noemen. Ik doel op de tekens van gene zijde die maar al te vaak worden afgedaan als bijgeloof. Voor mij is het werkelijkheid, geen vage maar 'n overduidelijke én magische werkelijkheid. Het enige wat van mij gevraagd wordt is om deze werkelijkheid op het juiste moment op te merken en te willen ontvangen en lezen.

Mijn ervaring met dit magische fenomeen begon 12 jaar geleden na het sterven van mijn toenmalige levenspartner. De eerste keer dat mijn toen 13 jarige dochter 'het' teken opmerkte maar zich nog niet bewust was dat het met haar overleden vader verbonden was, had zij buiten paardrijles. Het was een vrijdag in het late voorjaar, vroeg in de avond. Het regende niet, de lucht was strak blauw, de temperatuur mild. Tijdens het uitstappen aan het eind van de les zag M. een klein en breed, wazig stukje regenboog. Ze gebaarde naar mij wijzend naar hetgeen zij zag. Ik keek er verbaasd naar en dacht: ' Vreemd, er is geen regen of regenwolk te bekennen.' Ieders aandacht werd echter al snel afgeleid naar de paarden waarmee van alles moest gebeuren zoals aftuigen en borstelen. Een van de volgende vrijdagavonden toonde het regenboog-fenomeen zich opnieuw. Dit keer iets later toen we langs de sloot terug naar huis gingen, M. op haar paard, ik op mijn mountainbike. We hielden stil, keken en voelden hetzelfde. Zo'n moment kun je eigenlijk niet uitleggen. Je bent tegelijk ontroerd, verbaasd én ervan doordrongen dat er een bepaald soort taal plaats vindt, een niet-aards communiceren. In ieder geval begrepen M. en ik met de paar woorden die we erover uitgesproken hebben precies hetzelfde. Op de lesavonden heeft dit zich nog een paar keer herhaald (ook midden in de les) waarna M. na afloop alleen maar hoefde te zeggen: 'Hij was er weer, mam.'

Ik was heel blij met dit gebeuren voor haar tijdens het eerste jaar na het sterven. Er ging troost en bemoediging vanuit die je eigenlijk alleen met de taal van je hart kunt 'begrijpen'. Datzelfde eerste jaar heb ook ik een krachtig persoonlijk teken middels Th.'s regenbogentaal ontvangen. In de periode dat ik er weer aan toe was om voor ons coachings-centrum gesprekken met potentiële externe opdrachtgevers te voeren en voor mijn eerste bezoek richting Arnhem reed, ontstond er in mijn zicht in vol ornaat een grote, felgekleurde regenboog die zich volledig en helder tegen de hemel aftekende. De boog hield lang stand, straalde met volle kracht en zonder onderbreking. Ik ervaarde en wist dat Th. me wilde laten weten dat hij me geheel zou ondersteunen, maar ook ervaarde ik zijn dankbaarheid en respect voor het feit dat ik de draad van ons gezamenlijk levenswerk weer oppakte. Ik reed geruime tijd letterlijk naar de regenboog toe; tenslotte ging ik er als door een wijd geopende triomferende poort onderdoor. Zo'n ervaring onderweg heb ik enkele jaren later nog eens mee mogen maken maar toen betrof het een indrukwekkende dubbele regenboog, die mij inspireerde om erover te dichten (zie hieronder).

YLC J
7. mrt, 2019


hemel uitstortend
nimbus grijnzen
zoemig lawaaiend
asfalt spatten
tikkende wisserende
monotoonmaat
gaan ongeremd hun weg

terwijl ik

zwevend sturend
het luchtruim inturend
het mooiste paar ontwaar
in’t losgebarsten tafereel

regenbogen
bejubelen mij
in waanzinnige triomf
voorbij het alledaagse

naar buiten
neigt de binnenpoort
met tinten paars
naar fellend groen tot rood

haar wederhelft
buigt rozig terug
langs groen en blauw
tot wazig violet

als was jij daarbuiten
de spiegel echo
van mij hierbinnen
teken van gene zijde

en dat terwijl ik

beneden voortraas
onderdoor
in mijn mobiel
met zwarte flank
terug ketsend
het zonlicht
flitsend wit

dank dubbel omvattende
hemelboog zo eervol
hoog verheven

transparant
her inner
ik
ons

YLC J
6. mrt, 2019


Het ontdekken van nieuwe gebieden met mooie plekjes, uitzichten en wandelingen die te doen zijn, is steeds weer een verrassend gebeuren. Verrast worden kan echter ook inhouden dat de pech ons overvalt en we met het nodige relativerende optimisme naar de beste oplossing moeten zoeken, iets waar mijn vriend A. werkelijk een kei in is. Zo ontdekte ik op de terugweg van onze tot nog toe pittigste wandeltocht dat mijn pas drie jaar 'oude' wandelschoenen (van zeer degelijke kwaliteit) het aan het begeven waren. De linkerzool hing voor de helft los en de rechter begón los te raken. Toen ik dit niet zonder schrik ontdekte waren we onder de hitte van de middagzon al enige tijd bezig aan de lange steile terugtocht bergafwaarts, die ons een minimum aan houvast voor onze voeten, benen en balans bood. Er was geen keuze voor een andere route; van de in totaal 500 af te dalen meters hadden we er nog zo'n driekwart te gaan, omkeren en omhoog klimmen (wat verre van veilig was) was geen optie. Daarbij kwam dat het pad nauwelijks een wandelpad genoemd mag worden, eerder een geitenpad. Het bestond uit op elkaar gevallen en gestapelde losse stenen en steenbrokken en uit vele kronkelingen. Bovendien liep het nauw langs steile bergwanden met weinig steun voor onze handen en rug en kronkelde het vlak langs de rand van een ravijn. Zo’n ravijn dat je met zijn prachtige zicht in de diepte, vervaarlijk uitdagend aanstaart. Ik heb gelukkig geen hoogtevrees maar A. wordt er soms door overvallen. Ik hield hem vanuit mijn ooghoek in de gaten (hij ging voorop) en zag hoe hij met regelmaat zijn rug naar de gapende diepte toedraaide, een verstandige handeling die zowel hem als mij het vertrouwen gaf dat deze afdaling wat hem betreft (inclusief de nodige dosis geluk) goed zou verlopen. Jaren geleden maakte ik met een eerdere wandelmaat mee wat de diepte van een afgrond teweeg kan brengen in geval van hoogtevrees. Er gaat dan iets in werking wat ik zuigende aantrekkingskracht noem. De diepte zuigt je wanneer je geen houvast aan iets of iemand hebt, met onweerstaanbare kracht naar zich toe. Die herinnering flitste even door me heen maar gomde ik meteen weer weg om plaats te maken voor positievere voorstellingen. Ik was blij dat A.'s wandelschoenen in tact waren maar besefte ook dat mijn schoenen geen beter moment hadden kunnen uitkiezen om mij in de steek te laten, dan tijdens deze steile gang bergafwaarts. Foute timing dus die mij dwong om meer dan extra op te letten waar en hoe ik mijn voeten neerzette en zo te voorkomen dat mijn halflosse zool achter het ruwe, wel zeer onregelmatige gesteente zou blijven steken. Maar gezien mijn nog steeds goed functionerende behendig- en lenigheid kon ik deels vertrouwen op mijn motorisch reactievermogen, voor het overige op een goede afloop.

Die ochtend waren we zeer fris en welgemoed naar het hoogste punt van het gebergte geklommen waar het werkelijk schitterende uitzicht (onder andere op Taguluche, het afgelegen daldorpje waar wij verblijven) ons blij verraste. We hadden toen nog geen flauw idee wat de afdaling ons aan verrassingen zou gaan brengen. Pas later toen we al een tijdje bergafwaarts gingen, overzagen we dat de gehele afdaling tot in het dal een opgave was. We hadden nog het dubbele van het reeds afgelegde te gaan maar klaagden niet hardop, gewoon doorzetten en goed opletten was het motto. Het speet ons wel dat de wandelstokken (die we ooit willen aanschaffen) nog niet tot onze wandel-uitrusting behoorden. Maar gelukkig bereikten we ons doel (het dal van Taguluche) zonder verdere gebreken en keken we elkaar veelbetekenend aan vanuit een en dezelfde gedachte: 'Dank je wel engeltjes op onze schouders'. Dat mijn linkervoet in mijn kapotte schoeisel sopte omdat een drassig stuk pad onvermijdelijk bleek, deerde me niet. En dat vriendlief een aantal kleine muggetjes in zijn broeierige haardos (als meeliftende passagiers afkomstig van hetzelfde drassige stuk) onder de douche uit zijn haar zag wegspoelen (had hij maar een pet moeten opzetten), deerde hém niet.

YLC J