29. jun, 2013

 

Sommige mensen zien niet dat zij verborgen kunstenaars zijn.  

Hun kunstenaarschap is instinctief, niet gekluisterd aan letters en methoden.

Instinctief gedreven kunstenaars zijn op de laatste plaats bezig met zichzelf. Zij krijgen opeens de geest en voor ze het zelf in de gaten hebben, zijn ze al met hun concept aan de slag.

Meestal handelen ze vanuit ‘n spontane ingeving of vanuit ‘n uit oerdiepte opwellende impuls. Benoemen wat aan het gebeuren is, is voor hen eigenlijk onzinnig. Niet ter zake doende. Dus nutteloos. Het gaat immers rechtstreeks om hetgeen je maakt, wat je daarvoor nodig hebt en welke de eerste aanvankelijke stappen zijn.

Daarbij hebben zulk soort creatoren meestal een niet te stuiten interesse voor een bepaald materiaal. Zo ook mijn maatje. Hij houdt van hout. Van jongsaf aan zet hij van alles in elkaar wat van hout is. Wat nu, op latere leeftijd in het een en ander is uitgemond.  

Iedere zomer bijvoorbeeld, bekijkt hij met voldoening zijn jarenlang verzamelde en nog te gebruiken stapels brandhout: hij kan er zeker 15 jaar mee vooruit. 

En niet lang geleden stonden er 6 tuinbankjes, 2 tuinstoelen en ‘n tafeltje, alle gemaakt van steigerhout, buiten te drogen in de zon. Gelakt en wel. Rank maar stevig gevormd. Ergonomisch gezien: gezond voor rug, benen, armen en houding. Gemaakt voor eigen gebruik en voor de verkoop*. Want wat je maakt moet ook nuttig zijn.

Wanneer ‘n boom geveld wordt, doet mijn maatje dat in zeer gedegen overleg met zichzelf, de wind, de boom, de ladder, het touw en de zaag. Zijn, vanaf de wieg ontwikkelde praktische logica en door het leven geschoold inzicht in natuurwetten, zet hem vervolgens aan tot doelgericht vlijtig aan-het-werk-gaan. De klus is meestal al gedaan voor je er erg in hebt. 

Als de boom eenmaal om is, verwonderen we ons toch altijd weer over de groteske oppervlakte die deze in beslag neemt. Ook kijken we bij een genoeglijk kopje koffie terug of het kappen gegaan is zoals verwacht. Het gaat altijd goed. Maar soms valt de boom op een onverwacht moment sneller rakelings langs kwetsbare objecten ter aarde.

Mijn maatje heeft veel geluk met dit soort zaken en beseft terdege dat niet alles voorspelbaar, van tevoren logisch planbaar of inschatbaar is. Omdat hij de gevaren kent, bereidt hij dit soort acties naar de aard van zijn gewoonte gelukkig altijd met grote zorg en inspanning voor.
Hij laat zich graag Rommelaat noemen. Hij vindt zelf dat hij maar wat aanrommelt. 

 

* deze houten tuinmeubelen zijn te koop via > www.hondsrughill.com <

 

H O M E

 

28. jun, 2013
26. jun, 2013

Het begon al vroeg, dit knutselen-met-hout-zaag-hamer-en-spijkers en kreeg rond zijn 16e jaar meer vorm. Toen fabriceerde Rommelaat zijn eerste meubeltje: een blauw geschilderd voetenbankje waarvan het bovenvlak sierlijk rond af loopt.

Rond zijn 61e  ontstond het idee om een salontafel in elkaar te zetten, bestaande uit allerlei verzameld afvalhout.

Afvalhout uit verschillende  tijden en van uiteenlopende afkomst. Zoals de vloerdelen van poolse treinwagons, de inmiddels donkerbruin afstekende oude grenen vloer van 15 jaar geleden, het oude hardhouten tuinbankje van 20 jaar terug en 'n restant van een paal van de tuinoverkapping, die het tafelblad zou gaan stutten.

Een echte van-alles-en-nog-wat-tafel die geleidelijk en doeltreffend werd opgebouwd. Rommelaat begon bij de poot: die moest stevig worden.

Eerst bevestigde hij om de schuine tuinoverkappingspaal wat plankjes, werkte er van onder naar boven omheen en vulde de voet steeds meer op ... zoals vroeger in het kinderspel 'de boom die wordt hoe langer hoe dikker'... Toen de grove voet er eenmaal stond begon het latjes-lijmwerk-werk en het schaafwerk. Niet recht of kantig maar met welvende vlakken.

Vervolgens ontstond op de timmermanswerkbank een losse plaat, bestaande uit aan-elkaar-gelijmde-stukjes, die inventief op de schuine paal werd bevestigd. Nu kon de golvende vorm van de buitenrand van het bovenblad erin/eruit worden gezaagd, wat Rommelaat snel met vormvastehand voor elkaar kreeg.

Door de tafel om te keren kon hij ook de onderzijde van het tafelblad glooiend vullen en een mooie vloeiende overgang richting de poot bewerkstelligen. En dat alles met stug hout ... alsof het boetseerwas betrof... 

Vele, vele arbeidsuren heeft Rommelaat in zijn creatie gestopt. Het resultaat was/is er wel naar: mooi en stevig, ja zelfs een ietwat jugendstil-achtig!

De vervelendste fase was uiteraard het afwerken: eindeloos schuren, met oren-neus- wenkbrauwen-en-wimpers onder het stof en ten slotte polijsten en lakken.

Dat zelfdiscipline een mens ergens brengt, daar getuigde Rommelaat ook dit keer van.

Een unicum van een salontafel staat nu in de huiskamer te prijken: zeer praktisch, stevig en met schitterend glad afgewerkt bovenblad,. 'n Waar famillie pronkstuk van, naar Rommelaat's schatting, zo'n 25 kg. De weegschaal wees 'n halve kilo minder aan.

Wat een inschattingsvermogen! 

 

H O M E

 

 

25. jun, 2013