3. jun, 2019

C A S T O R


Terwijl de sterrenhemel van 20 mei tot 20 juni bij helder weer ook dit jaar weer het sterrenbeeld Tweelingen laat zien en we zo nu en dan heerlijk van het warme zonnetje kunnen genieten, wandel ik op 'n zaterdagmiddag samen met vriendin L. door het sprookjesachtige gebied van de Odoorner Dennen. De voorafgaande nacht zijn de stralende geelkleurige ster Pollux en zijn broeder naast hem, de witkleurige ster Castor (beiden markeren zij de hoofden van het sterrenbeeld Tweelingen), vast zeer helder zichtbaar geweest, want de lucht nu overdag is helder en strakblauw. Aangezien ik heerlijk diep heb geslapen heb ik hier op het moment van onze wandeling geen enkel benul van. Ook weet ik niet dat ene Castor ons vandaag kostelijk zal gaan bezig houden.

Het sterrenbeeld Tweelingen verschijnt gedurende de tweede helft van het voorjaar in het noordoosten. Castor liggend op zijn rug het eerst; Pollux ook liggende op zijn rug, hem volgend. Na hun hoge, lange baan aan de nachtelijke hemel verdwijnen ze samen in het noordwesten. Nog uren nadat de voeten en de lichamen van Tweelingen in de nevelige dampkring niet meer te zien zijn, staan de twee heldere sterren in staande houding broederlijk naast elkaar voordat zij weer ondergaan.

Tijdens onze wandeling komen we van het ene op het andere moment in een wonderlijk avontuur terecht, wat bij L. vaker voorkomt eenvoudigweg omdat zij een puur-natuur mens is. We maken namelijk kennis met Castor. Niet Castor aan de sterrenhemel, dat zou later gebeuren, maar Castor op de aarde vlak voor onze wandelschoenen. Door zijn donkergrijze kleur zou hij niet zijn opgevallen maar zo, bijna op het midden van ons pad kan het niet anders dan dat ons oog op hem valt. Met een schild van zo'n 20 cm lang waaronder hij zich met ingetrokken poten, staart en kop geheel schuil houdt, siert Castor ons zandpad. De tekening op zijn schild bestaat uit aaneengesloten zeshoeken, wat een mooi beeld geeft. Vanwege de felle zon vragen we ons al snel bezorgd af of droogte en warmte wel goed zijn voor dit brokje bezield leven dat we vrijwel meteen Paddie noemen. Zo dopen we hem tijdelijk want Castor, zijn ware naam, zal pas twee dagen later op maandag vroeg in de ochtend worden onthuld.

Wat gaat er allemaal door je heen als je zomaar een schildpad van redelijk formaat op je pad ziet? Veel vragen in ieder geval. Vragen die vooral flitsend passeren, zoals: 'Leeft hij nog wel, hoe is hij hier in hemels(!)naam beland, zou hij zijn achtergelaten, is hij ontsnapt, hoort hij thuis bij het vennetje verderop, heeft hij dorst, heeft hij honger, is hij ziek en verzwakt, wat moeten we doen, wat zullen we doen, is hij giftig, we moeten hem meenemen maar hoe doen we dat, etc etc'. Na gezusterlijk overleg besluiten we hem allereerst gewoon mee te nemen naar mijn huis en daarna te zien wat het beste is. Ik vind een stuk boomschors, schuif dit voorzichtig onder zijn buik en til hem omhoog. Na zo'n 50 meter glijden staart (best lang, zo'n 10 cm), pootjes en kop uit de schulp. Maar schildpad Paddie voelt zich niet op zijn gemak. Geen wonder zonder vaste grond onder zijn buik en pootjes. En jawel, hij begint onrustig te bewegen, dus zet ik hem vlug op de grond zodat hij niet anderhalve meter naar beneden zal vallen. Dan maar op zoek naar iets breders, een wat vochtige graspol misschien. Die is niet makkelijk te vinden want de grond is kurkdroog. Edoch het lukt, L. pakt Paddie bij zijn schild en hevelt hem op de pol.

Na een tijdje slaat er twijfel toe. Moeten we hem toch hier laten, want schuin beneden ons lijkt 'n aflopend veldje uit te komen bij bomen en struikgewas, dus schaduw en misschien wel water? L. gaat met Paddie op onderzoek terwijl ik op een bankje neerstrijk om na te voelen wat deze mooie verdwaalde schildpad wil. Mooi is hij met zijn gele stippen op zijn zwarte huid en zijn fraai getekende donkergrijze schild. Ik bemerk dat m'n buik gaat draaien zoals bij een hongerig gevoel en spring op om L. terug te roepen, maar ze is al omgedraaid en loopt net terug met de graspol en Paddie er bovenop. 'Hij werd opeens helemaal rustig', zegt ze. 'Mooi zo, dan gaan we nu met snellere pas verder want volgens mij heeft hij honger', antwoord ik. Na 'n kwartiertje lopen herkennen we de weg naar de auto, waaruit ik 'n doos en stuk plastic tevoorschijn haal. Bij L. op schoot in de donkerte van de doos is het voor schildpad Paddie rustig toeven. We hebben beiden het vermoeden dat hij zich veilig voelt en beseffen dat we allebei geen moment hebben getwijfeld of Paddie wel een mannetje is. Ieders instinct gaf gewoon aan dat hij een mannetje is, alleen hangt zijn ware naam nog niet in de lucht. Voor ons blijft hij dus voorlopig gewoon Paddie.

Thuis aangekomen zetten we hem in een schaal met water die voor de vogels tussen de varens staat, wat hem goed bevalt. Zelf zitten we iets verderop wat te drinken en knabbelen en raken we aan de praat over de mogelijke betekenis van een 'schildpad die opeens je pad kruist'. We ontdekken dat schildpadden wezenlijk verbonden zijn met de natuurelementen water en aarde en dat zowel het tempo als het beschuttende schild karakteristieken zijn die opvallen bij deze diersoort.

Wetende dat het Indianenvolk grote waarde hecht aan het verschijnen van niet-daagse dieren op iemands pad, snuffelen we nieuwsgierig in een boek dat hierover gaat. En vinden het volgende:
'In Indiaanse leringen is Schildpad het oudste symbool voor Moeder Aarde. Moeder Aarde, de eeuwige Moeder uit wie ons leven voortkomt. We worden geboren uit de baarmoeder van de Aarde en onze lichamen zullen naar haar terugkeren.'
'Water en Aarde zijn de thuishavens van Schildpad. Schildpad drijft in zijn eigen tempo mee met de stroom en is stevig gegrond. Zijn poten drukt hij krachtig op de aarde.'
'Schildpad heeft een omhulsel dat zijn lichaam bescherming biedt. De Aarde past al eeuwenlang dezelfde soort bescherming toe om het hoofd te bieden aan de schendingen van haar lichaam, door vulkaanuitbarstingen, overstromingen, e.d.
Schildpad herinnert de mens eraan dat Moeder Aarde een bondgenoot is en vraagt ons de Aarde te eren en acht te slaan op de cyclus van geven en nemen.'

Ondertussen is Paddie uit de waterschaal gekropen en uit ons zicht verdwenen. We zoeken hem voorzichtig tussen de varens en kamperfoelie uitlopers. Omdat we niet weten of hij giftig is, tasten we met een stokje in de hand de hele zijkant van de tuin af. Als we ons ernstig zorgen gaan maken zie ik hem opeens parmantig op een open plekje zitten, alsof hij wil zeggen: 'Had ik jullie mooi tuc!' Ik haal een hogere doos, leg de graspol erin, een schoteltje met water erbij en hop, Paddie in de doos. We vouwen de doos dicht, maken een kleine opening voor de lucht en zetten een steen bovenop de doos. Vervolgens bel ik de dierenbescherming, waarna de dierenambulance na 'n kwartiertje terugbelt en we afspreken dat de doos met Paddie bij de voordeur op hen wacht, want we hadden ons voorgenomen om buitenshuis te gaan eten ('n gereserveerd tafeltje laat niet al te lang op zich wachten). In het restaurant krijg ik een sms-je dat Paddie behoort tot een zeldzame schildpaddensoort, de Europese Moerasschildpad en bij de Reptielenopvang is ondergebracht.

Eind goed al goed?
Wij zijn in ieder geval blij dat we een zeldzame Europese Moerrasschildpad een zwaar overlevingseinde hebben bespaard en kijken met veel genoegen terug op dit toch wel magische avontuur.

Het vervolg:
Twee dagen later word ik geattendeerd op een krantenbericht over ene schildpad, Castor geheten, die van huis is weggelopen. Het blijkt schildpad Paddie te zijn, dus bel ik de eigenaars. Ze zijn natuurlijk dolblij dat hun reeds 70 jarige Castor gevonden en veilig geborgen is. Hij blijkt al 30 jaar hun 'huis'dier te zijn en toont vaker wegloopneigingen in het voorjaar. Ik word gebeld door krant en radio, doe ze enkele foto's toekomen waarmee de story de volgende dag nogmaals het nieuws haalt met 'n happy end.
Terwijl Castor zijn aardebestaan op zíjn thuishaven (vijver) gestaag voortzet, staat zijn naamgenoot als Tweeling-ster nog enige tijd zichtbaar aan de hemel te prijken. De Griekse mythologie vertelt een mooie geschiedenis over deze Castor en Pollux, waar ik inmiddels al aan gesnoven heb (hierover uitwijden gaat me nu te ver).
De magie van hetgeen je zoal kan toe-vallen heeft in ieder geval haar bestaansrecht weer getoond. De eigenaresse van schildpad Castor sprak zelfs over 'een engeltje op zijn schild'.


YLC J