15. apr, 2019

KOORTS en SLAAP


Ziek-zijn is een vorm van er-niet-zijn en er even of langer niet-hoeven-zijn. We slapen meer dan anders (ook overdag), eten meestal minder en drinken meestal meer. We doen even niet mee, tellen niet mee, zíjn uitgeteld en blijven warm onder de wol dicht bij onszelf. Het lichaam eist onze aandacht volledig op als we echt ziek zijn, ook al lijken we dit met pijnstillers te kunnen verontachtzamen.
Ziek-zijn is eigenlijk een zeer bijzondere vorm van zijn, want we worden beter dan voorheen en krijgen de kans om alles los te laten, om te verstillen, bezinnen, vernieuwen.

Nu geldt dit natuurlijk niet voor alle ziektes. 'n Ongeneeslijke ziekte brengt ons in een totaal ander tijdsproces waar het niet langer gaat om genezen maar om het omgaan met het naderende levenseinde. Het einde dat ons allen wacht, niemand uitgezonderd. De mate van ieders drama op weg naar het levenseinde hangt samen met de mate waarin we ons geïdentificeerd hebben met ons bestaan en de mate waarin we ons eraan hechten.

Natuurlijk is ieder mens gehecht. Vooral aan geliefde medemensen, aan dieren, plekjes in de natuur, aan spullen. Uitgezonderd het zelfgekozen levenseinde heeft hechting waarde, motiveert het tot zingeving, tot de wil om te (blijven) leven en tot het doel om te genezen. Dus worstelen we ons door het eerste stadium heen, het eerste stadium van ziek-zijn dat na enig tegenstribbelen al snel omslaat in het stadium van een gelaten overgave, overgave-aan-wat-is.

Het is een bijzonder voorrecht om mee te maken hoe KINDEREN zijn in de áánloop naar hun ziekzijn, hoe ze zijn áls ze eenmaal ziekzijn en hoe ze zijn als ze weer béter zijn. Bij mijn dochter viel altijd haar hangerigheid-vooraf op. De levenslust straalde niet meer van haar ogen, ze had de neiging om stilletjes in een hoekje te spelen of kroop graag tegen een van ons aan met haar duim in de mond. Dit kon enkele dagen duren en werd vervolgd door een opeens hoogopvlammende koorts die haar in bed of onder een deken op de bank deed belanden.
Nu had (en heb) ik tegen koorts geen bezwaar. Het is een natuurlijke genezer in ons lichaam die helpt om de bacterie, virus, kou of andere ballast uit ons lichaam weg te werken en daarbij een gedegen binnenwaartse schoonmaak te bewerkstelligen. Onze hele huid dampt mee in dit proces, maar ook onze spieren, ledematen en hoofd. Onze dochter kon zo overmeesterd worden door de snel opvlammende hoge koorts, dat zij als het ware van de wereld raakte en begon te ijlen.
Een voor haar beangstigend en voor ons zorgelijk gebeuren waarbij we gelukkig met natte sokjes en met citroenschijfjes onder de voetzolen, voor genoeg natuurlijke begrenzing konden zorgen die de koorts terugbracht tot onder de 40 graden. Maar niet alleen de koorts genas, ook van diep slapen ging een ontzagwekkende geneeskracht uit. Dit diepe slapen kon eveneens voor zorgwekkende momenten zorgen, wanneer het gezichtje geheel bleek en doorlaatbaar oogde en ik me gedwongen voelde om te kijken of de kleine meid nog wel ademde. Zo ver-weg-zijnde-van-hier kwam ze dan op mij over.
Waren de koorts- en diepslaapdagen eenmaal voorbij dan volgde herstel rap (zoals bij de meeste kinderen). De zin in specifiek eten en drinken kwam terug, van fris fruit tot echte van vlees en groente getrokken bouillon. Vooral aan haar ogen kon ik zien of mijn dochter weer helemaal beter was, maar vaak was ze ons daarin ‘n streepje voor. Dan was ze al uit bed gesprongen en liet ons al spelende tussen neus en lippen door weten: 'Ik ben weer beter!' Meestal was er ook een vooruitgang, een volgende ontwikkelingsstap tijdens het ziek-zijn gemaakt wat zichtbaar werd in een tekening, 'n spel, haar mate van zelfstandigheid en later in leervaardigheden.

Bij kinderen is overduidelijk zichtbaar (veel meer dan bij ons volwassenen) dat hun ziek-zijn in een bepaald opzicht een groeistuip teweeg heeft gebracht. Zij zijn verder gekomen en beter geworden en hebben eigenlijk op een zeer primair en basaal niveau, middels de koorts en de slaap heel hard gewerkt.
Voor mij is het volstrekt duidelijk dat in het proces van ziek-zijn en beter-worden de magie van de levenskracht haar werk doet. Een levenskracht die alom vitaliserend aanwezig is en voor de zieke mens beschikbaar, naar gelang het genezingsproces zo natuurlijk als mogelijk kan worden doorlopen. Patiënt zijn vraagt om 'patience'. Koorts en Slaap hébben geduld en vrágen om geduld.

YLC J