6. apr, 2019

SCHRIJVEN


wat mij in dichten
het liefste is
het witte lichten
als zegt
wat zich
niet noemen laat

Dichterlijke woorden die ik jaren geleden heb geschreven. Zij spreken voor zich en behoeven geen uitleg. Maar wat beweegt een mens eigenlijk om gedichten te schrijven, wat beweegt een mens überhaupt om te schrijven?

Van mijn 16e tot mijn 21e maakte ik deel uit van enkele vriendenkringen. Gemeenschappelijk was dat we lyrisch waren over de Nederlandse songteksten van o.a Ramses Shaffy, Liesbeth List, Liselore Gerritsen, Boudewijn de Groot, Robert Long, Herman van Veen. Het betrof thema's die wijzelf als puber en adolescent intens beleefden. Ons eigen 'Himmelhoch jauchend zum Tode betrübt' herkenden we in de chansons maar ook onze idealen, ons streven om de wereld te veranderen en te verbeteren.
We legden de lat hoog, filosofeerden tot in de late uurtjes over de zin van het bestaan, over liefde en naastenliefde, over de diepere waarden van het leven. Op school kregen we in die tijd vormingsweken waarin we met de hele klas sensitivity oefeningen deden, diepzinnige gesprekken voerden en ons verbonden met ieders problemen. 'n Kwetsbaar en empathisch gebeuren. We schreven brieven naar elkaar en gedichten vóór elkaar, we zongen onder begeleiding van simpele gitaaraccoorden onze geliefde songs en schetsten elkaars portret. Sommigen van ons hielden er een gastenboek op na. Anderen stortten zich in yoga, meditatie en werden vegetariër. In Nijmegen waar ik woonde en later studeerde, was een macrobiotisch eethuis plus winkel opgericht. We kauwden iedere hap rijst bij wijze van spreken net zolang en bewust tot we hem als rijstepap konden doorslikken. Ik leerde er met stokjes eten wat ik, evenals de strenge macrobiotiek, niet lang heb volgehouden. We deden tal van ervaringen op die alle te maken hadden met het streven naar verbondenheid en zuiverheid, een wereld van love-peace-freedom.

Wat bij mij aansloeg en duurzaam bleek in het verdere verloop van mijn leven, is het schrijven. Ik begon al jong met het schrijven van sprookjes, brieven en gedichten en heb wel enige spijt dat ik hiervan niets meer heb bewaard wat ook weer betrekkelijk is. Want het proces van woord-geven aan en ver-woorden is bewaard en in stand gebleven tot op de dag van vandaag. Mijn verbinding met de magie van het woord heeft overigens in mijn gehele beroepsleven vruchten afgeworpen.

Bijzonder fenomeen is dat deze jaren van uitwisseling als puber en adolescent binnen mijn vriendenkringen, op een bepalende manier toonaangevend zijn geweest voor ieders verdere ontwikkeling. Allen zijn we in sociale beroepsvelden beland. Psychologie, theologie, pedagogie, onderwijs, verpleging, therapie, coaching en training, sociaal maatschappelijk werk, kunstenaarschap. Een weefwerk van verbindingen die het begin van onze zeventiger jaren (vorige eeuw) tekende en een werkelijk fundament heeft aangelegd.
Ik dank er mijn niet te stuiten scheppingsdrang aan om met de kracht van het woord te creëren en in de bezielende en geestrijke kracht van het woord te leven. Waarmee ik niet het woord dat vastzet, analyseert en onderscheidt bedoel. Maar het woord dat verlevendigt en voortkomt uit een immens grote woord-oceaan waar alle talen, woordtekens en woordgevingen uit voortkomen.

Dát gevleugelde woord, díe levenskrachtige woordstroom werkt als een magische magneet en zet mij iedere keer weer, aan tot schrijven.

YLC J